Verhalenpalet aflevering 6: Marlien Verhoef (51)

Verhalenpalet aflevering 6: Marlien Verhoef (51)

Onze agendaOnze projectenOns nieuws

Marlien Verhoef (51) is rechter en woont met haar man en drie kinderen in Utrecht.

Mijn achtergrond
Ik ben in Leiden geboren en in Oosterhout opgegroeid. Mijn moeder werd door haar vader gestimuleerd om te gaan studeren. Ze deed een bèta-studie en ging werken, maar toen ze ging trouwen moest ze daarmee stoppen. Ik ben met het idee opgegroeid: zorg ervoor dat je het zelf in de hand hebt en kies wat bij je talenten past.

Studiekeus
Ik heb tijdens de open dagen naar psychologie gekeken en naar Europese studies. Toch koos ik toen voor rechten, in Utrecht, omdat ik het gevoel bij had dat ik daar de meeste kanten mee op kon. In het begin vond ik de studie niet zo leuk, maar op een gegeven moment krijg je opdrachten, waardoor het tastbaarder wordt.

Vereniging

In die tijd was ik lid van UVSV, de Utrechtse Vrouwelijke Studenten Vereniging; zo kon ik nieuwe mensen leren kennen. Dat was een schot in de roos, een vrouwenvereniging met 1500 leden. Jaarlijks werd onze diesviering helemaal door vrouwen georganiseerd en voor het lustrum hebben we met alleen vrouwen hele steigers in de tuin gebouwd. Ik heb daar ook in het bestuur gezeten. We moesten de vereniging draaiend houden. Wij vrouwen kunnen gewoon heel veel. Toen ik studeerde waren in mijn jaar al ongeveer 50-60% vrouwen die rechten studeerden.

Eerste baan

Na mijn afstuderen ben ik advocaat geworden. Ik ging vaak naar de rechtbank om daar rechtzoekenden bij te staan. Het kantoor waar ik werkte was erg commercieel gericht. Rechtsbijstandszaken wilden ze liever niet doen. Dat stond me tegen. Ik vond dat iemand vanwege zijn juridische problemen geholpen moest worden en niet omdat die wel of niet geld had.

De rechtbank

Via een oud contact bij UVSV die intussen zelf rechter was geworden ben ik uitgenodigd om bij de rechtbank te gaan werken. Eigenlijk vond ik dit te vroeg; ik was pas 32 en het beeld dat ik van de rechtbank had was dat er allemaal grijze oude mannen rondliepen. Toch ging ik een oriënterend gesprek voeren. Dat is toch bijzonder gegaan. Ik moest even op de gang gaan staan en toen ik terugkwam zeiden ze: we willen graag met je verder. Na gesprekken, testen en een assessment was ik drie kwartjaar verder. Daarna kwam nog een jaar opleiding: een halfjaar handelsrecht en een halfjaar familierecht, want je moet op twee rechtsgebieden inzetbaar zijn. Na 5-6 jaar rouleer je naar het andere rechtsgebied.

Ik heb veel vrouwelijke collega’s. Inmiddels zijn er ongeveer even veel vrouwelijke als mannelijke rechters, maar bij de groep juridisch en administratief medewerkers zie je nog steeds veel meer vrouwen dan mannen.

Na enkele jaren ging ik leiding geven, als voorzitter van een team van rechters en juridisch medewerkers. De eerste 16 jaar van mijn werk zat ik in Utrecht. Twee jaar geleden ben ik bestuurslid van de rechtbank in den Bosch geworden.

Je hebt lef nodig
Achteraf als ik naar mijn loopbaan kijk, dan was de keuze voor de studie rechten een schot in de roos: opkomen voor de belangen van mensen, rechtvaardigheid maar ook besluitvaardigheid.

Ik nodig mensen met wie ik werk, uit om met mij van gedachten te wisselen over hun loopbaan. Mensen kunnen huiverig zijn om andere stappen te zetten, maar je hebt een beetje lef nodig. Toen ik de stap van de advocatuur naar de rechtbank maakte, waren mijn kinderen 3,5 en 1.5. Dat was best pittig. De kinderen gingen naar de crèche en we hadden een oppas thuis. Mijn man en ik deden het samen, maar op het schoolplein voelde ik me een buitenbeentje, als moeder die vier dagen per week werkte.

Bijdragen aan gelijkheid
Ik heb ook een paar jaar strafrecht gedaan. Een van de grote rechtszaken die ik behandeld heb, ging over witwassen en een soort piramidespel met fraude; er waren veel slachtoffers. Dit had een grote maatschappelijke impact en vereiste van onze kant teamwerk. Bij familierecht deed ik zitting in zorginstellingen met psychiatrische patiënten die daar gedwongen waren opgenomen; de sfeer was er vaak gespannen. Verder maken de zaken waar kinderen vanwege verwaarlozing uit huis geplaatst moesten worden, indruk.

Ik heb het gevoel dat mijn werk bijdraagt aan gelijkheid. Als je mensen helpt een omgangsregeling met een kind vast te stellen, dan weet je dat je goed bezig bent. Ook als je een kind dat uit huis is geplaatst, na enkele maanden ziet verbeteren, dan haal je daar voldoening uit.

Het gescheiden houden van mijn privé situatie ging me meestal goed af, maar ik heb ook wel eens momenten gehad dat ik zo veel ellende had meegemaakt, dat je thuis komt en dan… We zaten een keer samen met de kinderen aan tafel en toen vloog het me naar de keel. Ik dacht jeetje, dit is toch zo’n andere setting! Kijk, hier zitten drie kinderen met kansen, met mogelijkheden, een warme omgeving. Hoe oneerlijk is het verdeeld!

In de tijd van corona

In eerste instantie is de rechtspraak dicht gegaan; dat is nog nooit eerder gebeurd. Maar al heel snel werden er uitzonderingen gemaakt voor zaken die niet konden wachten. Na zes weken gingen we weer open, maar een deel van de zaken moest digitaal, via Skype. In het Paleis van Justitie werden looproutes gelegd en alle mensen werden op het voorplein door een speciale tent geleid.

In het begin mocht er geen publiek bij zijn, maar dit druist tegen alle regels in, want in de rechtspraak is openbaarheid belangrijk. Dus je moest zoeken naar mogelijkheden dat de pers en het publiek erbij konden. Er zijn livestreams georganiseerd, zodat iedereen de zaken kon volgen. Nog steeds gaan veel zaken digitaal, maar zaken waarbij kinderen betrokken zijn en ook bewindszaken waar mensen bij betrokken zijn die het niet voor elkaar krijgen om zelf iets te regelen, die gaan in persoon.

In de zalen zijn veel plexiglas scheidingspanelen geïnstalleerd en na elke zitting komt er iemand om alles schoon te maken.

Zelf heb ik geen Corona-gerelateerde zaken gehad. In het begin hadden we Corona-spugers en recentelijk nog de relschoppers, maar die vallen onder het strafrecht en ik houd mij naast mijn bestuurderswerk vooral bezig met familiezaken. 

De digitale zittingen gaan we voortzetten, ook na de Corona, voor zaken die er geschikt voor zijn. Ik vind die digitaliseringslag een winst voor ons werk.

Boodschap van Marlien:

“Kijk vooral rond en zorg dat je veel stages doet, of vraag of je ergens mag meelopen. Alle vrouwen zijn bereid om met je mee te denken over de volgende stappen.

Doe iets wat je leuk vindt, wat bij je past, waar je talenten tot bloei kunnen komen.

Houd vol op het moment dat je kinderen krijgt. Het is toch jammer als je het een beetje laat vieren.

Blijf in beweging. Het is belangrijk om nieuwe stappen te zetten.

Rechter zijn is het beste beroep voor mensen die graag met mensen werken en van analytisch werk houden. Je moet immers een complex juridisch probleem oplossen, ervoor zorgen dat mensen verder kunnen. Dat is het mooiste daaraan: dat je een bijdrage kan leveren aan de rechtvaardige samenleving”.