Wereldberoemde tegels

Kate als leermeester bij de restauratie van een tegel
22-06-2023

Wereldberoemde tegels

Door: Alice Hilbers, lid club Zutphen

    De Nederlandse tegels met tinglazuur oogsten internationale roem. De vervaardiging ervan was tussen 1600 en 1750 een van de grootste productieprocessen en veel vrouwen waren hierbij betrokken. Kate van Lookeren Campagne-Nuttall, lid van club Zutphen, promoveerde afgelopen november op een onderzoek naar het maakproces en de samenstelling van historische Nederlandse tegels met tinglazuur. Een boeiend gesprek met deze deskundige over de tegels die wij Nederlanders helemaal niet als exclusief bestempelen.



     “Veel is bekend over de plaatjes op de tegels en de betekenis daarvan, terwijl juist het productieproces in de Noordelijke Nederlanden heel groots is aangepakt en ruim anderhalve eeuw op heel hoog niveau is beoefend. Echt een belangrijk hoofdstuk dus in de Nederlandse keramiekgeschiedenis. Ik wilde inzicht krijgen in de technieken, grondstoffen en recepturen die tussen 1600 en 1750 zijn gebruikt voor de productie van tegels met tinglazuur en in de chemische samenstelling van historische Nederlandse tegels”, legt Kate uit.

     “De productie van tegels met tinglazuur is echt een belangrijk hoofdstuk in de Nederlandse keramiekgeschiedenis, Tussen 1600 en 1750 werden meer dan een miljard tegels geproduceerd, waarvan er veel over de hele wereld zijn geëxporteerd. Ze werden door de Europese stedelijke elite en aristocratie als het toppunt van technische uitmuntendheid beschouwd. In Nederland zelf worden de tegels vaak als alledaags gezien.

    Keramiektegels voor vloeren en muren bestaan sinds de tijd van de farao’s. Tinglazuur heeft een witte kleur, het is een mooie achtergrond voor kleurrijke decoraties. Deze techniek komt uit het Midden-Oosten (bijvoorbeeld Perzië in de 9e eeuw). Van daaruit is de kennis via Spanje en Italië door Europa heen naar Nederland gekomen. Vanaf 1600 is tinglazuur op tegels in Nederland steeds meer gebruikt.

    Naast kennis zijn er kwalitatief goede grondstoffen nodig. Daar was een levendige handel in: speciale kalkrijke klei uit Engeland of Vlaanderen voor het keramiek, voor het glazuur kwam soda uit Spanje en Engeland, potas uit Polen, zout uit Portugal en tin en lood uit Engeland en Duitsland. Van Nederlandse bodem kwamen rivierenklei en zand.

    Dat importeren van klei was nog niet zo gemakkelijk, het moest met de boot en de Noordzee was alleen in mei en oktober goed bevaarbaar. Ook werden veel oorlogen op zee uitgevochten, waardoor sommige routes levensgevaarlijk waren. Er moesten dan alternatieven bedacht worden zonder dat je inleverde op de kwaliteit van de grondstoffen.”

    Opvallend is dat vrouwen een belangrijke rol speelden bij de productie van de beroemde tegels. “Dat waren familiebedrijven en weduwen werden automatisch toegelaten in het pottenbakkersgilde. Ze deden daardoor volwaardig mee.”

    Kate deed onderzoek naar zowel keramiek als glazuur. Beide zijn belangrijk om tegels die mooi en bruikbaar zijn te produceren. Daarvoor heeft zij verschillende historische bronnen bestudeerd o.a. historische receptenboeken. Een van de boeken is handgeschreven door een Harlinger pottenbakker, Petrus Sijbeda. Tussen 1712 en 1720 beschrijft hij meer dan 160 recepten voor glazuur en keramiek en behandelt hij de keramiekkleuren uit de 17e en 18e eeuw.

    Wat Kate het meest verwondert? “Dat we in het buitenland met onze tegels met tinglazuur zo beroemd waren. En dat de mooiste gebouwen in Spanje en Portugal, zoals paleizen, juist Nederlandse tegels en tegeltableaus hebben, terwijl we aan de Nederlandse hoven deze tegels nauwelijks waardeerden.”

    Wie de mooiste tegeltableaus wil zien, kan het beste naar het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo of het Tegelmuseum Lissabon gaan.

    Uit De Soroptimist april 2023

    Delen op social-media: