
René Haring (62) is sinds een jaar of acht bekend in Nederland van het openlijk vertellen van zijn levensloop als geweldpleger op tv en in sommige theaters. Niet als verdienmodel maar om een taboe te doorbreken. Hij besefte na een enorme mishandeling van zijn tweede vrouw dat hij zo niet verder kon gaan. Na een gevangenisstraf en gedwongen behandeling kon hij zich ontwikkelen tot een betrokken en empathisch persoon. Club Gouda ontving hem een aantal jaren geleden als spreker samen met Olcay Gulsen in hun Collegetoer. Zijn verhaal, zijn ommekeer en zijn huidige activiteiten zijn ruimschoots te vinden op internet. Reden om andere vragen te stellen dan gebruikelijk, vragen over het begin van geweld in zijn levensloop.
Was er gewelddadigheid in je opvoeding?
“Ik werd in mijn kinderjaren inderdaad met de grootste regelmaat als een bolletje wol een hoek in geslagen. Dit was voor mij ‘het normaal.’ Ik was namelijk het vervelende kind, zo werd er steeds gezegd. Als vervelend kind zal je het dan wel verdiend hebben om op deze manier bestraft te worden, dacht ik dan. Maar als kind heb je ook te maken met je broers, zussen, ooms, tantes, nichtjes, neefjes, opa’s en oma’s, buren, vrienden, kennissen, leerkrachten en vriendjes. Al deze mensen hebben invloed op jouw opvoeding, jouw gedrag en jouw doen en laten. Op jonge leeftijd leer je als jongen al om niet te huilen, je eigen boontjes te doppen, word je gepest dan pest je terug, en word je geslagen dan sla je terug. Ook leer je dat jongens blauw zijn en met autootjes spelen en meisjes roze en met poppen spelen. In deze periode word je al gevormd om het op een gewelddadige manier op te lossen als het verbale niet werkt, je leert niet dat praten ook een oplossing kan zijn.”
Als je opgroeit in een gezin met geweld, dan weet je als kind niet beter. Zijn er ook momenten dat je denkt: wat hier gebeurt, dat klopt niet helemaal?

“Als je als kind opgroeit in een gezin waar verbaal, fysiek, psychisch, seksueel geweld wordt gebruikt en waar je als kind wordt gecorrigeerd met een tik of klappen dan is dat het ‘normaal’ van je opvoeding. Als kind heb je dan ook geen idee hoe het anders kan. Je kan pas tot dit besef komen als je elders ziet hoe andere kinderen liefdevol worden opgevoed. Pas dan zal een kind kunnen beseffen dat wat er thuis gebeurt niet oké is. Dan ontstaat wel gelijk het probleem hoe je dat als kind thuis bespreekbaar kan maken. Het mannelijke geslacht kan bijna niet meer communiceren waardoor problemen niet worden besproken. Zwijgen en uiteindelijk verbaal of fysiek geweld gebruiken is dan vaak hun oplossing. Mannen zouden moeten leren dat praten meer oplost en dat emoties er mogen zijn.”
Van wie moeten ze dat praten leren?
“Moeders kunnen op zich goed praten, moeders zijn in dat opzicht wat socialer dan vaders want die zijn alleen maar bezig met werken. Wat ik heel erg ervaar is: de kracht van een vrouw zit hem in het praten en van een man totaal niet. In de opvoeding zie je dan: als je gepest wordt sla je maar terug. Alle stereotype denkwijzen mogen van mij de prullenbak in.”
Dus vaders zouden het praten met het kind van moeders kunnen leren?
“Ik vind sowieso dat beide ouders met het kind het gesprek mogen voeren, als het even niet goed gaat op school, als ze niet lekker in hun vel zitten, dan is het beste dat de vader daar ook zeker bij betrokken wordt en kan hij profiteren van hoe moeder het bespreekt. En als het op school niet goed gaat, dan ga je niet bestraffen maar dan ga je het gesprek aan. Op die manier probeer je het anders op te lossen.”
En als die vaders dat gepraat nou te soft vinden?
“Dat ligt aan zijn eigen opvoeding. Als slaan voor zo’n vader het ‘normaal’ is, dan wordt er niet bij verteld of het om één tik gaat of dat het kind de hoek in geslagen wordt. Maar hoe dan ook zouden die vaders zichzelf de vraag moeten stellen: wil ik mijn kinderen opvoeden zoals ik ben opgevoed?“
Je werd zelf in je opvoeding flink geslagen vanwege je gedrag. Hielp dat?
“Ik leerde dat problemen met slaan en dreigen worden opgelost. Deze oplossing heb ik dan ook tot mijn 50ste gebruikt, zowel voor als achter de voordeur. Maar slaan als straf helpt helemaal niets. Als kind niet en als volwassene ook niet. Mijn ouders wisten niet hoe ze kinderen moesten opvoeden. Ik had graag een liefdevolle jeugd gehad, en slaan is geen optie. Als ouders hun best doen om dingen te bespreken in plaats van te slaan, is er voor een kind al heel veel gewonnen.”
Zou de ongelijkheid in positie tussen mannen en vrouwen een rol kunnen spelen bij het gebruiken van geweld vooral door mannen?
“Ik denk dat er al veel ongelijkheid zit in de rolverdeling ‘vrouwen voeden de kinderen op en doen het huishouden en mannen moeten de financiën regelen’. Vrouwen zijn, zeker vroeger, naar mijn idee opgevoed met het moeten luisteren naar de man. Ik denk dat mannen het heel lastig kunnen vinden als vrouwen geëmancipeerd raken en financieel onafhankelijk willen zijn zodat ze tegen hun man gaan zeggen: sorry ik werk, nou moet jij ook andere dingen in huis gaan doen. Ik zie wel een hele mooie kentering dat vaders een of twee dagen thuis zijn voor de kinderen maar uiteindelijk blijft die rolverdeling toch in stand. Waarbij de man de controle wil houden. Want mannen kennen verlatingsangst, ze zijn bang dat hun vrouw weggaat, vrouwen zijn communicatief heel sterk. Die kunnen met verwijten komen over dingen die acht jaar geleden gezegd zijn waarvan de man denkt ‘waar héb je het over?’ Als ze daar dan steeds op terugkomt, denkt die man ‘nou flikker je maar op’ en dan wordt ze geslagen. Slecht kunnen communiceren is dan een aanleiding of een onderdeel van deze dynamiek. Het is een voorbeeld van een situatie die ik nogal eens terug hoor. Naar mijn mening ontstaat dit doordat jongetjes op jonge leeftijd niet wordt aangeleerd om verbaal te communiceren. Juist door dit gebrek, vaak ook van de ouders, wordt er niet ontwikkelingsgericht gecommuniceerd. Wat uiteindelijk weer leidt tot de controle willen houden, met geweld.”
Je hebt de eerste 3 jaar van je leven vaak in het ziekenhuis gelegen. Was dat nog van invloed op je emotionele ontwikkeling?
“Het vaak in het ziekenhuis liggen had meer te maken met inentingsprikken en een verdrinking. Ik kwam niet in het ziekenhuis door mishandeling. Van de inentingsprikken kreeg ik vaak hoge koorts. Daarvoor lag ik dan 10 á 14 dagen in het ziekenhuis. In de jaren ‘60 was het openbaar vervoer aanzienlijk anders dan tegenwoordig. Hierdoor kreeg ik vaak maar één keer per dag bezoek van een half uur tot maximaal een uur van of mijn moeder of van mijn vader. Hierdoor is de binding met mijn ouders niet goed ontwikkeld. Ook het kindertehuis waar ik vanaf mijn 7e een jaar heb gezeten en mijn ouders maar 14 keer heb gezien, heeft niet bijgedragen aan binding met mijn ouders. Mijn emotionele ontwikkeling is blijven stilstaan en uiteindelijk uitgeschakeld.”
“Er is een René voor zijn 50ste en na zijn 50ste. Ervoor kon iemand instorten en dan stapte ik over hem heen. Erna zal ik bij iemand neerknielen en gaan reanimeren. Daar heb ik inmiddels een diploma voor. Ik denk dat ik wel met empathische vermogens ben geboren maar die ben ik nu pas aan het ontwikkelen. Als je echt wil, is er verandering mogelijk. Een narcist wil nooit veranderen omdat het nooit aan hem of haar ligt. Maar mijn ervaring is dat er niet veel narcisten zijn. Uiteindelijk willen ze wel veranderen maar ze weten niet hoe en bij wie en het maakt ook angstig. Er gaat dan iets met jezelf gebeuren waarvan je niet wat er dan gaat veranderen. Dan kun je wat je was, beter handelen dan het nieuwe.”
Je hebt zelf een gedwongen behandeling gehad. Hoe beviel dat?
“Ik kreeg te maken met iemand die niet veroordelend was en mij als mens behandelde. Ik reageerde vaak nogal tegendraads maar daar kon hij prima mee omgaan. Ik had het gevoel dat mijn behandelaar hetzelfde had meegemaakt wat ik als kind mee heb gemaakt. Maar een professional praat daar nooit over en bij mij blijft het een gevoel. Bij mij heeft het geholpen en ik ben er heel blij mee. Na mijn behandeling was er geen nazorg, het bestond niet in Nederland. Daarom creëerde ik mijn eigen supportgroep. Met als gevolg dat er steeds meer van komen.”
Je organiseert supportgroepen voor mannen en vrouwen om stoom af te blazen. Wat moet er dan worden afgeblazen en waarom?
“Het gaat om groepen voor veroorzakers van huiselijk geweld, verbaal, fysiek, psychisch. Het is inmiddels duidelijk dat het veroorzaken van huiselijk geweld door zowel mannen als vrouwen wordt gedaan. Een man zet vaak zijn fysieke kracht in waar een vrouw vaak niet tegen op kan. Een vrouw is vaak sterker dan de man in psychisch geweld. In mijn groepen zitten mannelijke en vrouwelijke veroorzakers die met elkaar het gesprek aangaan hoe het er thuis aan toe gaat of ging. Hier kunnen ze hun volgelopen emmertje weer deels legen. Na het legen van het emmertje leren ze om alleen naar zichzelf en hun eigen aandeel te gaan kijken. De deelnemers helpen, ondersteunen en bevragen elkaar. Ook een groepsapp is helpend bij lastige momenten, hier kan iedere deelnemer hulp vragen bij andere deelnemers om dan zo snel mogelijk hulp of advies te krijgen bij een moeilijke situatie. Deze app wordt meestal gebruikt in de avond en in het weekend. De begeleiders van een groep zitten ook altijd in zo’n groepsapp, kunnen meelezen en indien nodig er ook op reageren. En het werkt.”
Zijn er overeenkomsten in de levensloop van de vrouwen die in de groep komen?
“De opvoedingen verschillen vaak maar uiteindelijk blijken er toch overeenkomsten in hun denken. Ze voelen en ervaren hetzelfde, zoals verlatingsangst en dan toch bij elkaar blijven en maar doorvechten met elkaar.”
Zijn er bepaalde onderwerpen in deze groepen die leiden tot een andere kijk op de geweldsproblemen en daardoor ook ander gedrag?
“Steeds meer groepen in Nederland werken met het werkboek ‘Verantwoordelijkheid Nemen’. Dit werkboek is speciaal ontwikkeld om agressie te reguleren en om de deelnemers de cirkel van geweld duurzaam te laten doorbreken. Het goed inzetten van een time-out en leren dat de eigen gedachtes vaak een slechte raadgever zijn, zijn onderdeel van het herstelproces. Het is niet in de handel en hoort bij het deelnemen aan een groep. Ook krijgen ze inzicht in welke en hoeveel triggers ze zelf hebben en schrijven ze een eigen signaleringsplan. Op een goede manier communiceren met elkaar en met anderen staat centraal. Grensoverschrijdend gedrag (zowel in het heden als in het verleden), femicide, stalking, seksueel geweld zijn ook bespreekpunten binnen de groep. Uiteindelijke doel is het geweld duurzaam te stoppen.”
Tot slot
De ontwikkelingspsychologie vermeldt dat jongetjes vooral leren via de motoriek, alles aanraken en hun spieren gebruiken. Meisjes leren vooral via praten. René adviseert om jongetjes van kleins af meer te leren praten. Je wilt dan dat ze iets leren dat niet vanzelfsprekend voor ze is. Zouden we dat principe op kleine meisjes toepassen, dan zouden we ze kunnen aanmoedigen om meer via hun spieren de wereld te ontdekken. Wat denkt René? “Het valt me op dat meisjes niet in bomen mogen klimmen, niet graven, niet rollen over de grond want dan wordt hun jurkje vies. Trek ze toch lekker laarzen aan en ouwe kleren en dan met zijn allen lekker van alles ondernemen.” Zo kunnen meisjes leren letterlijk meer ruimte in te nemen.
Meer informatie
– Voor vragen en reacties: r.haring@agressieendaarna.nl
– www.agressieendaarna.nl
