Geschiedenis Unie van Soroptimistclubs

Geschiedenis Unie van Soroptimistclubs

· Het Soroptimisme ontstond in 1921 in Amerika.

· De eerste club in Europa werd opgericht in Parijs in 1924.

· De eerste club in Nederland werd op 27 november 1927 opgericht in Den Haag. Dit was de tweede club op het vasteland van Europa. Na oprichting van een tweede club in Nederland (Noord-Holland, later omgedoopt tot Amsterdam, op 26 januari 1928) werd op 29 januari 1928 de Nationale Raad van Nederlandse Soroptimistclubs (de huidige Unie van Soroptimistclubs in het Koninkrijk der Nederlanden en in Suriname) opgericht. De eerste Uniepresident was mevrouw dr. M.E. Lulius van Goor.

· Het lidmaatschap stond open voor werkende vrouwen: binnen een club streefde men naar een zo breed mogelijke spreiding van beroepen en bedrijven.

· Direct vanaf het eerste jaar van de Unie, in 1928, zijn jaarlijkse landelijke bijeenkomsten (landdag) gehouden: de eerste vond plaats op 16 september 1928. In eerste instantie vond de landdag in Amersfoort plaats, vanaf 1936 werd het afwisselend in de regio of stad van één van de clubs gehouden.

· In eerste instantie richtte de Unie zich op werkende vrouwen en het verdedigen van haar rechten. In dat kader sprak men al in 1935 over rechtsgelijkheid voor vrouwen en mannen en trad de Unie in 1936 toe tot de Nederlandse Vrouwenraad (waaraan de Unie nog steeds verbonden is). Ook werd in 1936 de stichting ‘De nieuwe woning voor vrouwen’ opgericht die tot doel had het bevorderen van een goede huisvesting voor alleenstaande en werkende vrouwen.

· De aandacht verschoof later naar vrouwen en meisjes in het algemeen. Uitgaande van het principe van het Soroptimisme, richten de clubs zich op sociaal werk met speciale aandacht voor vrouwen.

· Het Soroptimisme is a-politiek en a-religieus.

· Koningin Juliana: Op 23 januari 1960 werd H.M. Koningin Juliana benoemd tot erelid. Dat dit veel voor haar betekende, blijkt uit het feit dat zij regelmatig vergaderingen en landdagen bezocht.

Huidige missie

Soroptimisten verbeteren wereldwijd de levensomstandigheden en status van vrouwen en meisjes. Het thema van 2011-2030 luidt dan ook ‘Empowerment of Women Through Education and Leadership’.

Huidige visie

Een wereld waarin de mensenrechten worden gerespecteerd, ook voor vrouwen. Waarin vrouwen en meisjes hun individuele en collectieve vermogens kunnen benutten om hun ambities te vervullen. En iedere vrouw in vrijheid de kans krijgt zich volwaardig in te zetten voor een duurzame, vreedzame wereld.

Strategie en doelen

Soroptimisten zetten hun kennis en vaardigheden in om zowel lokaal als wereldwijd de positie van vrouwen en meisjes te verbeteren en leveren zo een bijdrage aan de samenleving. De 17 Sustainable Development Goals van de VN zijn mede richtinggevend voor de basisactiviteiten.

De vijf doelen van de Soroptimisten zijn:

1. Het vergroten van toegang tot onderwijs voor vrouwen en meisjes.
2. Het verbeteren van duurzame mogelijkheden voor economische zelfstandigheid van vrouwen.
3. Het elimineren van geweld tegen vrouwen en meisjes en het bevorderen van deelname van vrouwen aan vredesoplossingen.
4. Het zorgen voor voedselzekerheid en toegang tot een goede gezondheidszorg.
5. Het betrekken van vrouwen bij duurzame ontwikkeling van het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering en natuurrampen.

Deze doelen trachten de Soroptimisten te bereiken via:

Action – beweging:

Soroptimisten in actie ondersteunen op allerlei manier actief lokale, nationale en internationale goede doelen. Met fondsenwervende activiteiten of door zelf de handen uit de mouwen te steken. Deze goede doelen passen veelal binnen een centraal thema.

Awareness – bewustwording:

Waar dat mogelijk is, zetten Soroptimisten zich in om aandacht te vragen voor de problemen waar vrouwen en meisjes tegenaan lopen, voor het onrecht richting vrouwen en meisjes dat bestaat en voor het werk dat nog nodig is om een volledige emancipatie mogelijk te maken.

Advocacy – belangenbehartiging:

Op basis van de gebleken impact hebben Soroptimisten als niet-gouvernementele organisatie al vanaf 1945 een consultatieve status bij de Verenigde Naties en in de Raad van Europa, waar zij geweld tegen vrouwen en meisjes aan de kaak stellen en pleiten voor sociale veranderingen op diverse niveaus en voor diverse groepen. Jaarlijks bij de Commission of the Status of Women wordt door Soroptimisten een toespraak gehouden.

Internationaal

· Vanaf de start in 1928 heeft de Nederlandse Unie een rol gespeeld op internationaal niveau. De Unie stuurde vertegenwoordigers naar Europese en wereldwijde conventies en Nederlandse Soroptimisten werden benoemd in internationale commissies en besturen.

· In de periode 1928-1993 maakten 16 Nederlandse Soroptimisten deel uit van het bestuur van de Europese Federatie, waarvan dr. M.U. Lulius van Goor (club ’s Gravenhage) als de eerste president.

· Mariet Verhoef, club Zwolle was o.a. president van Soroptimist International Europe en later van Soroptimist International wereldwijd. Mariet is erelid van de Unie.

· Marianne Smits (club Helmond-Peelland) zal in 2028-2029 het presidentschap van Soroptimist International Europe op zich nemen.

· Daarnaast hebben veel Soroptimisten zitting (gehad) in de verschillende commissies van de Europese Federatie en vertegenwoordigen Soroptimist International bij organen van de Verenigde Naties.

Ook werden internationale projecten ondersteund, zoals Limbs for Life in 1999-2003 (kunstledematen voor slachtoffers van landmijnen).

In 1940 en 1941 worden door de bezetter de clubs opgeheven en de financiële bescheiden in beslag genomen. Na de oorlog worden de activiteiten van de clubs, met steun vanuit Engeland en Amerika, weer opgepakt.

In 1946 wordt club Curaçao opgericht, die vooralsnog bij Europa wordt gerekend.

Op 21 maart 1970 vindt de inauguratie plaats van club Paramaribo. Ook deze club kiest ervoor zich aan te sluiten bij de Nederlandse Unie. Na de onafhankelijkheid in november 1975 geeft de club aan deze situatie te willen continueren. Voor beide clubs geldt nog steeds dat zij vallen onder de Nederlandse Unie. Club Aruba is er inmiddels ook bijgekomen.

Naast de contacten tussen de verschillende Unies en Soroptimist International Europe onderhouden ook de clubs vaak innige banden met sisterclubs in Europa en daarbuiten. De meeste Nederlandse clubs hebben één of meer friendshiplinks met buitenlandse clubs, waarbij regelmatig over en weer bezoeken worden afgelegd. Ook worden gezamenlijk internationale projecten ondersteund. Deze contacten ondersteunen het begrip voor elkaars (culturele) verschillen en een goede verstandhouding over de grenzen heen.

Landelijke projecten

· Syrië Back to School

· 2007-2011 Verborgen schatten (i.s.m. Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF):
In dit project werden vluchteling-studenten gekoppeld aan Soroptimisten met hetzelfde beroep. De ondersteuning bestond uit taal, afstudeerbegeleiding en algemene coaching en was daarmee inburgering in de beste zin van het woord. Naast deze praktische begeleiding hebben veel clubs ook deelgenomen aan fondsenwerving.
Het project was zo’n succes dat ook na afloop Soroptimisten vluchteling-studenten bleven ondersteunen.

Huidige landelijke projecten zijn:

· HPV-project
· Istanbul Convention
· Orange the World (i.s.m. UN Women)

Clubs zetten ook projecten op, die één tot drie jaar duren. Dit zijn projecten gericht op de stad/regio, landelijk of internationaal.

Fondsen

In 1933 werd op initiatief van Marie Muntendam-Isebree Moens, in haar werkzame leven tandarts, een Steunfonds voor Soroptimisten opgericht. Het stamkapitaal bedroeg 3000 gulden, iedere club verplichtte zich per lid 1 gulden per jaar bij te dragen aan dit fonds. Na haar overlijden in 1986 werd de tenaamstelling gewijzigd in Marie Muntendam Fonds. Het Fonds bestaat nog steeds en verleent financiële hulp aan leden die in financiële nood verkeren.

De loop der jaren werd een aantal fondsen opgericht, zoals een Fonds voor Displaced Persons (1950), een fonds voor Gerepatrieerden (1952) en een Rampenfonds (1956). De laatste bestond uit het resterende geld, bijeengebracht voor de slachtoffer-Soroptimisten van de Watersnoodramp in 1953, en werd gebruikt om hulp te bieden aan slachtoffers van rampen waar ook ter wereld.

In 1971 werden de nog bestaande fondsen samengevoegd tot de Stichting Algemeen Fonds, van waaruit clubprojecten worden gesteund. Dit fonds heet tegenwoordig Soroptimist Vrouwenfonds.

Delen? Dat kan met: