Enkele maanden vóór de opkomst van de #MeToo beweging – we hebben het over oktober 2016 – kreeg ze haar theater-drieluik over feminisme amper verkocht aan de theaters. “Dat feminisme was volgens de theaterdirecteuren wel een beetje geweest” vertelt Eva Marie de Waal aan de telefoon vanuit haar huis op Bali. Haar vrouwelijke producent durfde het toch aan om het stuk uit te brengen. Drie maanden na de première barstte #Me Too los, kreeg het stuk drie reprises en gingen de recensies van ‘mwah’ naar lovend en ‘zéér actueel’.
De Waal (1979) is een feminist in hart en nieren. Ze is gefascineerd door mannelijkheid, vrouwelijkheid en alles ertussenin- op de theaterschool schreef ze al een stuk over een hermafrodiet. Ze gelooft in gender als ‘construct’ maar ervaart als moeder van drie zonen óók dat de biologie een rol speelt in dit verhaal. Hoe die mannenbiologie in combinatie met de maatschappelijk verhalen over ‘mannelijkheid’ uitpakt op latere leeftijd is iets waar we volgens haar wat meer bij zouden moeten stilstaan. Mannen hebben door de eeuwen heen weliswaar veel meer kansen gehad dan vrouwen, het krampachtige beeld van échte mannelijkheid heeft ze op heel veel vlakken ook enorm beperkt. Dat patroon moeten we volgens haar doorbreken. “Bij mij ging het schuren toen mijn jongens naar de kleuterschool gingen” vertelt De Waal. “Toen kwam de buitenwereld voor het eerst echt binnen en leerden mijn kinderen ineens heel andere dingen dan ik ze zelf tot dan toe bijbracht. Ik merkte onder andere hoe bevooroordeeld er vaak naar ze gekeken werd. Ook nu mijn jongens ouder zijn zie ik hoe hard de blik op jongens kan zijn. Mijn zoon won laatst een schaakwedstrijdje van een meisje. Dat meisje kon dat niet verkroppen en stompte hem in het gezicht. Waarop mijn zoon het meisje een duw gaf om te voorkomen dat ze hem weer zou slaan. Mijn zoon is ervan overtuigd dat als de rollen omgedraaid waren geweest, hij geschorst zou zijn. Maar het meisje werd níet geschorst: beide kinderen moesten elkaar excuses aanbieden. Mijn zoon vond dat raar; hij had zich gewoon verdedigd. Maar de directeur van de internationale school waar mijn jongens naartoe gaan, een vrouw, dacht daar anders over: ‘did you ever see a man hitting a woman?’. Sindsdien kost het mijn zoon grote moeite om iedere ochtend het schoolhoofd te begroeten bij de deur.”
Hoe komt het denk je dat jongens te maken krijgen met deze vooroordelen? Is het een uitvergroting van onze angst voor de manosphere, de opkomende groep influencers die zich uitspreken tegen het feminisme en vrouwonvriendelijke filmpjes en berichten posten?
“Dat veel mensen zorgen hebben over die manosphere snap ik goed. Ik vind het zelf ook doodeng. Maar het is jammer dat er zo vaak wordt gezegd en ook steeds wordt herhaald dat ‘de manosphere’ de onvermijdelijke reactie is op de veranderde positie van vrouwen. Daarmee worden mannen en vrouwen wéér tegenover elkaar gezet. Ik vind dat zo contraproductief. Ik denk dat we meer mogen onderkennen dat de emancipatie van de ene groep – de vrouwen – niet volledig kan plaatsvinden zonder de emancipatie van de andere groep – de mannen – . Daarvoor moeten we mannen helpen schaven aan de starre rol die ze vaak toebedeeld hebben gekregen. Daar zaten voordelen aan maar ook grote nadelen, denk maar aan iets heel wezenlijks als het niet mogen tonen van twijfel, zwakte of emoties.”
In je boek ga je ook in op de rol die het mannelijke geslachtshormoon testosteron speelt in de ontwikkeling van mannen. Bemoeilijkt dit het niet om mannen wat minder ‘toxisch’ te maken, om maar eens even die veelgebruikte negatieve term te gebruiken?
“Testosteron is een heel complex hormoon dat bij de meeste mannen in grotere hoeveelheden wordt aangemaakt dan bij vrouwen. Dat zegt overigens niets over mannen met minder of vrouwen met meer testosteron. Hoewel de uitwerking van testosteron per persoon verschillend kan zijn kun je in grote lijnen wel zeggen dat het het gedrag van mensen wél beïnvloedt. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat de gemiddelde jongen meer aandacht heeft voor alles dat beweegt – auto’s, een draaiende wasmachine, een poppenwagen- dan het gemiddelde meisje. Testosteron vergroot ook de neiging om anderen te beschermen – vrouwen wiens kind iets wordt aangedaan maken bijvoorbeeld meer testosteron aan. Het is, kortom, hartstikke nuttig. Aan ons nu de taak om er voor te zorgen dat jongens hun krachten en ‘skills’ die testosteron gerelateerd zijn gaan inzetten voor de bescherming van de zwakkeren en het giftige gedachtegoed dat aanzet tot haat en geweld achter zich laten. We kunnen ons echt wel wat meer gaan focussen op die positieve masculiniteit, want die is er, en daar moeten we gebruik van maken.”
“Vertel ze dat het raar is dat een prins een prinsen cadeau krijgt bij het veroveren van een stad.”
Hoe ziet zo’n opvoeding er dan uit?
“Om te beginnen zouden we de kennis over dit onderwerp en ons aangeboren empathisch vermogen kunnen aanwakkeren. Dat zit hem vaak in kleine dingen. Als een jongen over een niet buitenshuis werkende moeder bijvoorbeeld zegt ‘zij doet niks’, zeg dan meteen dat het zorgen voor kinderen en het scheppen van de voorwaarden waarin een partner buitenshuis kan werken of kan promoveren, bepaald niet ‘niks’ is.’ Grijp de kansen die zich voordoen om het gesprek te voeren. Toen ik met mijn kinderen per ongeluk in een ouderwets sprookjesboek terecht was gekomen heb ik het verhaal gebruikt om uit te leggen hoe belachelijk het is dat die prins de prinses cadeau krijgt bij het veroveren van de stad. Hoe verschrikkelijk het is om niet zelf je partner te mogen kiezen én dat dat op sommige plekken op de wereld dat nog steeds zo is. ‘Hoe zou jij dat vinden?’ vraag ik mijn kinderen dan. Dat soort vragen moeten we blijven stellen.”
Eva Marie de Waal: Zonen.
Over opgroeiende jongens in een wereld vol verwachtingen. 2025. Singel Uitgeverijen
