Aranka Ballering, gezondheidswetenschapper aan het UMCG en gepromoveerd op dit onderwerp, onderzoekt als postdoc bij de Ghent University hoe huisartsen omgaan met mannelijke respectievelijk vrouwelijke patiënten. Het tijdschrift New Scientist riep haar in 2025 uit tot ‘Wetenschapstalent van het jaar’ dankzij haar grootschalige data-onderzoek naar de vraag: behandelen huisartsen mannen en vrouwen anders in de spreekkamer? (1)
Een blik terug in de tijd
In de jaren ’90 startten onderzoeken gericht op de arts-patiëntcommunicatie, met speciale aandacht voor mogelijke verschillen tussen manlijke en vrouwelijke artsen. Daaruit bleek dat vrouwelijke huisartsen meer met patiënten praten, meer sociaal-emotioneel gedrag vertonen en minder medicatie voorschrijven dan hun mannelijke collega’s. Begin deze eeuw volgden meer onderzoeken. Huisartsen van beide seksen bleken pragmatischer te zijn geworden, maar verschillen bleven bestaan. Vrouwelijke huisartsen luisteren beter en hebben meer oog voor de menselijke kant. Manlijke artsen stellen duidelijker grenzen, zijn zakelijker, kordater en soms botter. Vrouwelijke artsen reflecteren meer, tonen introspectie en zijn opener over hun beperkingen terwijl mannen besluitvaardiger zijn. (2)
Recente resultaten
De laatste jaren richt het onderzoek zich ook op de inhoud van arts-patiëntgesprekken. Aan de Radbouduniversiteit onderzocht men hoe artsen reageren op veelvoorkomende klachten zoals hoofdpijn, rugpijn en duizeligheid. Vrouwen bezoeken vaker de huisarts met deze klachten, maar niet omdat ze meer ‘zeuren’ – ze ervaren deze klachten simpelweg vaker. Het gaat dus niet om gender (socialisatie), maar om de sekse.
Artsen – zowel mannen als vrouwen – reageren verschillend op deze klachten. Mannen ondergaan vaker onderzoek zoals echo’s en röntgenfoto’s, en worden vaker doorverwezen naar een specialist. Wordt bij mannen daardoor vaker een diagnose gesteld? Vrouwen krijgen minder vaak vervolgonderzoek, maar er wordt wel vaker bloed bij hen geprikt. Als vrouwen wel verder worden onderzocht, leidt dat vaker niet tot een diagnose. Dat kan te maken hebben met de kennisachterstand op het gebied van vrouwengezondheid.
De vicieuze cirkel
Aranka Ballering trekt in haar recente onderzoek dezelfde conclusies maar voegt een mogelijke verklaring toe. De medische wetenschap baseerde zich tot voor kort vooral op mannelijke proefpersonen. Veel diagnostische apparatuur is in het verleden getest op mannen. Daardoor kunnen belangrijke signalen bij vrouwen over het hoofd worden gezien. Omdat er bij vrouwen minder vaak een diagnose wordt gesteld, worden ze ook minder vaak doorverwezen. Die vicieuze cirkel moet volgens Ballering worden doorbroken.
Actueel: Samen in actie
Het convenant ‘Samen in actie voor een betere vrouwengezondheid’ is geïnitieerd en ondertekend door vrouwenorganisaties zoals WOMEN Inc., Voices for Women en diverse patiënten- en artsenorganisaties. Alle partijen beloven vrouwengezondheidszorg blijvend op de agenda te zetten, kennis en data te delen, elkaars initiatieven te versterken en samen nieuwe acties te starten.
Ook de politiek is geïnteresseerd. Op 4 februari 2026 tekende staatssecretaris Judith Tielen, samen met diverse belangenorganisaties, het convenant ‘Samen in actie voor een betere vrouwengezondheid’. Dit convenant financiert een onderzoeksprogramma dat de lichamelijke, mentale en sociale gezondheid van vrouwen moet verbeteren. Dat is hard nodig: vrouwen leven weliswaar langer dan mannen, maar ervaren 1,5 jaar minder goede gezondheid (Cijfers CBS 2024).
Aanbeveling: Podcast Damn Honey met Toine Lagros-Janssen.
Voetnoten:
1. Ballering, A., Olde Hartman, T., Verheij, R., Rosmalen, J. (2022). Sex and gender differences in help-seeking of patients with somatic symptoms. Journal of Psychosomatic Research, 157, art. nr. 110823.
2. van den Brink-Muinen, A. (2008). Sekseverschillen en de communicatie tussen huisarts en patiënt. Bijblijven: 24(2), 9-13 NIVEL
