Op bezoek bij de Kinderombudsman Metropool Amsterdam

Annemarie Tuzgöl-Broekhoven, Kinderombudsman Metropool Amsterdam. Photographed in her office in Amsterdam by Jagoda Lasota. 7 August 2025. Licensed for press, PR and communication use in the Netherlands.
24-09-2026

Op bezoek bij de Kinderombudsman Metropool Amsterdam

Tekst: Marga Akkerman • foto’s Jagoda Lasota

‘Het maakt niet uit wie je bent, waar je vandaan komt of hoe je eruitziet: alle mensen zijn gelijk. Daarom moet de overheid er alles aan doen om je te beschermen tegen discriminatie en ervoor zorgen dat alle kinderen en jongeren van hun rechten gebruik kunnen maken.’ Dit klinkt als ‘Soroptimisme voor kinderen’. In gesprek met de Kinderombudsman Amsterdam.



    Meer dan een jaar geleden, tijdens een groepsreis naar Malaga, ontmoette ik Linda Teders. Een mevrouw met als uitstraling ‘met mij is het altijd feest’. Zij bleek de secretaresse van de Kinderombudsman Metropool Amsterdam en gezien mijn activiteiten voor het Soroptimisme kwamen we al snel op het idee een gesprek tussen haar werkgever en mij te organiseren. Centraal daarin staat de vraag: is er aandacht voor discriminatie tussen meisjes en jongens? Linda dacht van niet. Maar discriminatie is toch overal?

    En zo kwam ik terecht op het kantoor van kinderombudsman Annemarie Tuzgöl-Broekhoven. Niet op het stadhuis maar in Amsterdam-Oost op een ruime verdieping in een wijk-in-aanbouw. Een eigen plek onderstreept de onafhankelijkheid van het instituut Ombudsman. Bij binnenkomst in haar kamer valt meteen een aantal hele grote foto’s op van ouders en kinderen, met elkaar in actie. De hele achterwand is ermee gevuld. Het blijken foto’s die horen bij een fotoboek over het kinderopvangtoeslagschandaal. Ze heeft er een aantal laten vergroten. Haar boosheid is nog goed hoorbaar als het gaat om het beleid van de overheid waarin de studerende kinderen uit de getroffen gezinnen niet erkend worden als zelfstandig slachtoffer en dus geen recht hebben op generieke kwijtschelding van DUO- schulden. Het betreft kinderen die gingen studeren en een studielening aangingen om zo ook wat meer geld te hebben voor hun ouders om de huur te kunnen betalen of om boodschappen te kunnen doen. Er zijn zelfs kinderen bij die op deze manier uit huis zijn geplaatst of dakloos zijn geraakt. Dakloosheid van gezinnen is een ander onderwerp dat haar volle aandacht heeft. In september 2025 publiceerde zij het rapport ‘Zorgen voor dakloze gezinnen in Amsterdam’. Ik krijg het rapport mee naar huis waar ik regelmatig tijdens het lezen moet pauzeren omdat het me aanvliegt.

    Zorgen over dakloze gezinnen

    Ik citeer uit de paragraaf in het daklozenonderzoek over het afwegen van belangen van kinderen het verhaal van Lina, 9 jaar:

    “Papa en mama konden de huur niet meer betalen en daarom moesten we ons huis verlaten. Sinds een paar weken logeren we af en toe bij opa en oma, of bij vrienden van papa en mama of bij anderen. Dan slapen we op luchtbedden in de woonkamer of op de bank. Papa en mama werken heel erg hard. Papa heeft verschillende baantjes en werkt ook ’s avonds en ’s nachts. Mama past op en maakt schoon bij anderen. Zij is ook vaak niet thuis. We worden niet opgehaald van school. Daarom loop ik samen met mijn broertje van school naar de plek waar we op dat moment logeren. ‘s Avonds smeer ik een boterham voor ons beiden. Papa en mama zijn dan nog niet thuis en ik kan nog niet koken. Ook breng ik mijn broertje naar bed. Soms vind ik het eng waar we logeren en dan probeer ik wakker te blijven, totdat papa of mama thuiskomen. Ik ben erg verdrietig. Ik kan niet met vriendinnetjes spelen. En omdat ik erg moe ben, val ik ook vaak in slaap op school. Soms doen andere kinderen uit mijn klas daar gemeen over. Ze pesten mij als ik vergeten ben om eten en drinken mee te nemen. Dan heb ik eigenlijk wel honger. Gelukkig krijg ik meestal wat brood van de juf. Ik durf dit niet te vertellen aan papa en mama, want die zijn de laatste tijd snel boos. Ik hoop dat we terug kunnen naar ons eigen huis.”

    In het rapport staat beschreven dat dakloze kinderen in onveilige netwerken verblijven of hoppen van bank naar bank, soms gescheiden van hun ouders. Zonder plek om huiswerk te maken of te kunnen spelen en met emotioneel afwezige ouders die in de overlevingsstand staan. Kinderen kunnen zonder ‘thuis’ geen kind zijn. De gevolgen voor de korte en lange termijn zijn soms groot: van uithuisplaatsingen tot verslaving, mentale problemen zoals depressie of trauma tot dakloosheid op latere leeftijd.

    Het onderzoek doet onder andere de aanbeveling de rechten van kinderen met woonproblematiek zichtbaar te maken en hun belangen voorop te zetten. “Zet alles op alles om te voorkomen dat kinderen dak- en thuisloos raken, en dat ze veilig kunnen wonen.”

    Met in het achterhoofd de vraag of hier sprake is van ongewenste verschillen tussen meisjes en jongens, zie ik geen verschil. Het verhaal van Lina, het meisje in de zorgende rol, zou ook door een jongen van die leeftijd verteld kunnen worden als die de oudste is. “Maar dat geldt minder voor de ouder die het betreft. Want de meeste dakloze gezinnen bestaan uit alleenstaande moeders met kinderen”, zegt Annemarie. Andere onderwerpen waar de Kinderombudsman zich hard voor maakt zijn kinderparticipatie, thuiszitters, online veiligheid én het vrij buiten kunnen spelen in de openbare ruimte. “Als het om het stimuleren van buiten spelen gaat, dan span ik me hiervoor in omdat het een fundamenteel recht is van het kind en dat met de jaren onder druk is komen te staan. Spelen is geen luxe maar een absolute eerste levensbehoefte die noodzakelijk is voor de mentale en fysieke ontwikkeling van kinderen.”

    “Ik ben Ombudsman voor de kinderen, en maak geen onderscheid tussen jongens en meisjes, ik kijk naar kinderen als groep. Het VN-Kinderrechtenverdrag ziet op kinderen. Elk kind, ongeacht leeftijd, geslacht, verblijfstatus enz. heeft recht op gelijke kansen, bescherming en ontwikkeling. Natuurlijk wijst het verdrag ook op bescherming van specifieke kinderen, dus kwetsbare groepen. Wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld in geval van een individuele klacht en het specifieke recht van een meisje of jongen in het geding komt, dan zal ik daar natuurlijk wel naar kijken.”

    “Wanneer zijn kinderrechten geschonden? Zoals ik hiervoor al heb gezegd gelden ze zowel voor jongens als voor meisjes en in beginsel maak ik nooit op die manier onderscheid (behalve in het individuele geval). “Jongetjes kunnen net zo goed problemen ervaren” zegt Annemarie.

    Ik licht toe dat jongens door het Soroptimisme niet uitgesloten worden, maar dat de aandacht voor vrouwen en meisjes toch de eerste invalshoek is. Dit zet Annemarie aan het denken: “We zijn van plan nader te kijken naar huiselijk geweld en de gevolgen voor kinderen omdat, mede omdat uit ons rapport ‘Zorgen voor dakloze gezinnen in Amsterdam’ naar voren komt dat dát een van de grondoorzaken van dakloosheid is. Je zou kunnen zeggen dat sprake is van een mannenprobleem omdat, hoewel mannen vaker slachtoffer zijn van moord, vrouwen veel vaker gedood worden door een man omdat zij vrouw zijn. Het zou mij al veel waard zijn als bijvoorbeeld het Engelse programma ‘Handle with care’ in Amsterdam en metropoolgemeenten wordt ingevoerd. Handle with Care wil zeggen dat als de politie in een gezin is geweest, een seintje van de politie naar de school van het kind gaat. Niet met informatie over wat er is gebeurd, maar alleen met het bericht: ‘handle with care.’ Dan weet de leerkracht dat het betreffende kind een aai over de bol moet hebben en wat extra aandacht, en geen bestraffing voor bijvoorbeeld het niet gemaakt hebben van het huiswerk. Het is weliswaar een klein stapje maar wél een manier om iets voor kinderen in zo’n situatie te kunnen betekenen.

    Ook femicide en de gevolgen die dit voor kinderen heeft is een onderwerp waar de Kinderombudsman, samen met een aantal andere partijen, aandacht voor wil vragen.

    Anders behandeld en nu?

    We komen te spreken over discriminatie en racisme, een onderwerp dat bij de Kinderombudsman hoog op de agenda staat. Zij bracht op 20 november 2024, op de internationale dag voor de rechten van het kind, haar rapport ‘Anders behandeld’ uit. Een onderzoek naar (ervaringen) van discriminatie en racisme van Amsterdamse kinderen in de leeftijd van 8 tot 18 jaar. In dit onderzoek sprak de Kinderombudsman met zo’n 80 kinderen in de verschillende stadsdelen en vroeg aan de kinderen naar hun ervaringen, hoe zij met die ervaringen omgaan en wat mogelijke oplossingsrichtingen zijn. Ook dit rapport kreeg ik mee naar huis. Uit het onderzoek komt veel schokkende informatie naar voren, discriminatie en racisme zijn voor veel Amsterdamse kinderen dagelijkse realiteit. Uit een peiling van Unicef in 2023 blijkt dat de helft van alle kinderen in Nederland ziet dat andere kinderen gediscrimineerd worden op basis van huidskleur of afkomst.

    De ervaringen van kinderen en jongeren met discriminatie en racisme komen op veel plaatsen voor. Op school, op de sportclub, op straat, in de winkel of op sociale media. Kinderen met een migratieachtergrond, een andere huidskleur of religie worden regelmatig anders behandeld dan hun leeftijdgenoten. Het gaat om structurele uitsluiting en ongelijke behandeling. Kinderen vertelden dat ze worden uitgescholden, niet alleen door andere kinderen maar ook door volwassenen. Bij sollicitaties en stages voelen zij eveneens dat ze anders behandeld worden, ze worden buitengesloten of onterecht ergens van beschuldigd op basis van hun uiterlijk. Dit alles is een risico voor de mentale gezondheid van de jongeren. Kinderen blijken nauwelijks te praten over hun ervaringen, thuis niet en op school niet. Ze schamen zich, zijn bang dat hun ouders naar school komen en willen hun ouders niet met problemen opzadelen.

    Vaak denken ze dat melden geen zin heeft. De Kinderombudsman sprak zelf met een aantal kinderen en volwassenen die veel met kinderen en jongeren werken, om te kijken welke oplossingen zij zien. Daar kwamen heldere ideeën uit naar voren. Kinderen willen dat volwassenen meteen ingrijpen als iemand wordt uitgescholden of buitengesloten. Niet alleen met straffen, zoals boetes, maar vooral met uitleggen waarom iets kwetsend is. Het kind moet weten waar het terecht kan als het gediscrimineerd wordt zoals een vertrouwenspersoon, de Kindertelefoon of een meldpunt. Kinderen vinden dat er al vroeg over verschillen moet worden gepraat, thuis, op school, op de sport, online. Volwassenen, ouders en leraren moeten het goede voorbeeld geven en kinderen leren respect te hebben voor anderen. Kinderen willen zelf meedenken en meehelpen om ervoor te zorgen dat het verandert.

    In het rapport ‘Anders behandeld en nu?’, het vervolgrapport dat zij op 20 november 2025 publiceerde, deed zij de gemeente Amsterdam een aantal voorstellen voor verbetering. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op de oplossingsrichtingen die de kinderen in het eerdere rapport hadden bedacht. Al luisterende leek mij het maken van onderscheid in de positie van meisjes en jongens niet zinvol. Bovendien is ook uit het onderzoek van de Kinderombudsman niet naar voren gekomen dat iemand zich gediscrimineerd voelt omdat het kind een jongen of meisje is. Mogelijk zullen meisjes op een andere manier gediscrimineerd worden dan jongens, maar dat maakt geen verschil voor de oplossingen die de kinderen op het oog hebben. Ik dacht vooral: ”Kinderen zijn niet gek, dat heb ik altijd al geweten.”

    En de verschillen?

    Waar ik het gesprek begon in de verwachting dat er mogelijk meer aandacht nodig zou zijn voor verschillen in positie tussen jongens en meisjes, nam ik afscheid met begrip voor de werkwijze van de Amsterdamse Kinderombudsman om geen onderscheid te maken tussen jongens en meisjes. Annemarie Tuzgöl-Broekhoven is ombudsman voor kinderen van de metropool Amsterdam, hún rechten staan op 1. Maar ook bij haar is denken over het bestaan van verschillen tussen jongens en meisjes, ontwikkelingspsychologisch en cultureel, met betrekking tot beleid aangeraakt.

    Ombudsvrouw?

    Tot slot legt ze uit waarom ze zich als vrouw toch ombudsman blijft noemen. Het woord ‘ombudsman’ komt uit het Zweeds, het eerste land waar onafhankelijke publieke figuren benoemd werden om burgerrechten te bewaken. ‘Man’ is daarbij de afkorting van mandaat. We stoppen op tijd het gesprek. Die avond moet ze een lezing geven over de thuiszitters, de vele kinderen die niet naar school gaan, en die moet worden voorbereid. Kinderrechten zijn overal belangrijk.

    “Spelen is geen luxe maar een absolute eerste levensbehoefte die noodzakelijk is voor de mentale en fysieke ontwikkeling van kinderen.”

    Uit Soroptimist Magazine 93-2 juli 2028

    Delen? Dat kan met: